Holy Theatre from Peter Brook’s book The Empty Space

The Holy Theatre

By Peter BrookI am calling it the Holy Theatre for short, but it could be called The Theatre of the Invisible-Made-Visible: the notion that the stage is a place where the invisible can appear has a deep hold on our thoughts. We are all aware that most of life escapes our senses: a most powerful explanation of the various arts is that they talk of patterns which we can only begin to recognize when they manifest themselves as rhythms or shapes. We observe that the behaviour of people, of crowds, of history, obeys such recurrent patterns. We hear that trumpets destroyed the walls of Jericho , we recognize that a magical thing called music can come from men in white ties and tails, blowing, waving, thumping and scraping away. Despite the absurd means that produce it, through the con­crete in music we recognize the abstract, we understand that ordinary men and their clumsy instruments are transformed by an art of possession. We may make a personality cult of the conductor, but we are aware that he is not really making the music, it is making him—if he is relaxed, open and attuned, then the invisible will take possession of him; through him, it will reach us.

via Holy Theatre from Peter Brook’s book The Empty Space.

Nepotists, opportunists, freaks, friends and strangers intersecting in the grey zone. | z33

Grijze zone

In de kunstwereld wordt er over een galerijruimte vaak gesproken als een ‘white cube’, een lege witte doos waarbinnen de kunst ongestoord kunst kan zijn. In het theater wordt gesproken over de ‘black box’, het podium waarop acteurs een imaginaire wereld creëren. Met het project ‘Nepotists, opportunists, freaks, friends and strangers instersecting in the grey zone’ zoekt bolwerK de tussenruimte op, een ongedefinieerde, interpretatieve ruimte tussen de plooien van de geijkte systemen. De grijze zone is een interpreteerbare ruimte. Het is een zone vol potentialiteit, waarin de nadruk ligt op dynamiek en actie. De grijze zone nodigt dan ook de kunstenaars, de toeschouwers, de tentoonstellingsbezoeker en de toevallige passant uit tot vrije bijdrage.

De tentoonstelling valt het best te vergelijken met een doorlopende performance waarin de bezoeker zelf een rol speelt.

via Nepotists, opportunists, freaks, friends and strangers intersecting in the grey zone. | z33.

Manon de Boer bij Jan Mot

Nooit zal ik mij kunnen ontdoen van de frustratie die ontstaat zodra ik midden in een time-based-art kunstwerk meestal een film- of videowerk stap en daardoor geen grip kan krijgen op de contextuele tijd-, plaats- en ruimtebepalingen van het werk. Zelfs als je ongeveer weet wat je te wachten staat, is het toch beter om de film van begin tot eind te zien en liefst ook de duur vooraf te weten, zodat je je tijd en aandacht weloverwogen kunt besteden.

via Endless Lowlands » Blog Archive » Manon de Boer bij Jan Mot.

Object (filosofie)

In de filosofie is object (latijn: obiectum, het tegengeworpene) een veelvuldig gebruikt concept met meerdere betekenissen. Informeel wordt met een object een voorwerp, ding, zaak, of entiteit aangeduid, dat zowel van materiële of onstoffelijke aard kan zijn. Als algemene omschrijving kan gezegd worden dat een object datgene is waar de mens zijn aandacht, zijn bewustzijn, op richt.

In de ontologie (zijnsleer) geldt het object als een fundamenteel begrip. Samen met de begrippen als eigenschap, relatie, gebeurtenis maar ook propositie, verzameling en de universalia geldt het object als een wezenlijke ontologische categorie. Samen omvatten deze begrippen al het bestaande – dus elke entiteit.

Een object is iets dat eigenschappen kan hebben en ook kan een object in relatie staan tot andere objecten. In deze zin gelden eigenschappen, relatie en ook proposities niet als objecten, maar worden zij daar expliciet mee geconstrasteerd. De begrippen vallen in een verschillende logische categorieën. Men bespreekt bijvoorbeeld of eigenschappen een van objecten onafhankelijk bestaan hebben, of dat gebeurtenissen zich laten verklaren als de verspreiding van eigenschappen over objecten in de tijd.

Sinds het dualisme van Descartes wordt het object tegenover het subject geplaatst (subject-objectscheiding): een subject geldt in ontologische zin echter wel degelijk als een object. Het onderscheidende verschil is hier dat het subject, een bewust ik, dat geen deel uitmaakt van het object, actief waarneemt, terwijl het object een passieve rol speelt en louter en alleen wordt waargenomen.

Men gebruikt de term object ook wel om te refereren aan het Ding an sich. In die context bevindt het object zich in de “echte” wereld, onafhankelijk van onze waarnemingen. Deze objecten, de dingen an sich, worden waargenomen door een subject via fenomenen (meestal zintuigelijke indrukken). De vraag is dan hoe het object in zichzelf en de manier waarop het door een subject waargenomen wordt zich tot elkaar verhouden.

via Object (filosofie) – Wikipedia.

Object (filosofie)

In de filosofie is object (latijn: obiectum, het tegengeworpene) een veelvuldig gebruikt concept met meerdere betekenissen. Informeel wordt met een object een voorwerp, ding, zaak, of entiteit aangeduid, dat zowel van materiële of onstoffelijke aard kan zijn. Als algemene omschrijving kan gezegd worden dat een object datgene is waar de mens zijn aandacht, zijn bewustzijn, op richt.

In de ontologie (zijnsleer) geldt het object als een fundamenteel begrip. Samen met de begrippen als eigenschap, relatie, gebeurtenis maar ook propositie, verzameling en de universalia geldt het object als een wezenlijke ontologische categorie. Samen omvatten deze begrippen al het bestaande – dus elke entiteit.

Een object is iets dat eigenschappen kan hebben en ook kan een object in relatie staan tot andere objecten. In deze zin gelden eigenschappen, relatie en ook proposities niet als objecten, maar worden zij daar expliciet mee geconstrasteerd. De begrippen vallen in een verschillende logische categorieën. Men bespreekt bijvoorbeeld of eigenschappen een van objecten onafhankelijk bestaan hebben, of dat gebeurtenissen zich laten verklaren als de verspreiding van eigenschappen over objecten in de tijd.

Sinds het dualisme van Descartes wordt het object tegenover het subject geplaatst (subject-objectscheiding): een subject geldt in ontologische zin echter wel degelijk als een object. Het onderscheidende verschil is hier dat het subject, een bewust ik, dat geen deel uitmaakt van het object, actief waarneemt, terwijl het object een passieve rol speelt en louter en alleen wordt waargenomen.

Men gebruikt de term object ook wel om te refereren aan het Ding an sich. In die context bevindt het object zich in de “echte” wereld, onafhankelijk van onze waarnemingen. Deze objecten, de dingen an sich, worden waargenomen door een subject via fenomenen (meestal zintuigelijke indrukken). De vraag is dan hoe het object in zichzelf en de manier waarop het door een subject waargenomen wordt zich tot elkaar verhouden.

via Object (filosofie) – Wikipedia.

No Subject – Encyclopedia of Lacanian Psychoanalysis

No Subject is an online archive and encyclopedia of information related to Lacanian psychoanalysis. It is a collaborative project updated by an active and growing community of users.Join us in making our site better and better! For help getting started, please visit our new Community Forum. If you have any questions, you can post them there or use our new contact form.

via Main Page – No Subject – Encyclopedia of Lacanian Psychoanalysis.

Lacan

Lacan wordt met Foucault, Derrida en Lyotard gerekend tot de belangrijkste representanten van de stroming in Franse filosofie die de antisubjectfilosofie genoemd wordt. Deze filosofie is een reactie op het traditionele eenheidsdenken ook wel identiteitsfilosofie genoemd. Genoemde filosofen zijn vooral tijdgenoten. Zij vormen geen actieve groep. De antisubjectfilosofie verwerpt het idee dat de individuele mens als grondslag kan dienen voor het filosofisch denken. Dat de mens de waarheid in pacht zou hebben of via de wetenschap zou kunnen krijgen, vinden zij een grenzeloze overschatting van de kwaliteiten die toegeschreven worden aan het feit dat mensen kunnen denken. Kortom het idee van de mens als subject van de geschiedenis vormt een misvatting. De taal is in het werk van deze filosofen een belangrijk aanknopingspunt. De mens die er prat opgaat, dat hij spreekt, is in feite horig aan de orde die de taal sticht. De verschillen tussen deze filosofen spitsen zich vervolgens vooral toe op een viertal aspecten: het samenvallen van de taal en het vertoog (Foucault), de plaats die het individuele spreken kent ten opzichte van de taal (Lacan), het verschil tussen spreken en schrijven (Derrida) en de kwestie van de pragmatiek van de verhalende kennis en de zelflegitimatie van de wetenschappelijke kennis (Lyotard).

via Lacan.